27 Zaterdag 5 december 2009
Door: Tien
Blijf op de hoogte en volg Tineke
16 December 2009 | Gambia, Banjul
Raar idee dat het Sinterklaas is in Nederland.. verder is het ver van mijn bed en ik heb er dan ook geen enkel probleem mee. Vroeg me voor ik wegging wel af hoe het zou zijn om hier met Kerst en Oudejaar te zijn. Zo zonder Hollanders in de buurt. Ach.. als het gaat zoals nu met Sinterklaas dan zijn de feestdagen voorbij voor je er erg in hebt. Zo vrolijk waren die feestdagen het laatste jaar toch al niet ;-)
Het is vijf uur ’s middags. Ik kom net terug uit Kartong, waar ik wat boodschapjes wilde doen en Lamin Jammeh bezoeken van de Antwerpen Banjul Challenge. Hij had me al een paar keer gebeld maar door mijn rug is alles op een laag pitje gekomen. Voor de eerste keer op een fiets. Een Hollandse fiets zonder remmen, geleend van de Gambiaanse timmerman. Alleen het pad af naar de hoofdweg is al een Challenge. Je breekt bijna je nek op het mulle karrenspoor. Regelmatig afstappen is in mijn positie niet onverstandig. Want bij de geringste inspanning herinnert mijn lies mij aan de afgelopen week. Eenmaal op de asfaltweg is het een kwestie van peddelen, want fietsen op zo’n brik kun je nauwelijks.
In Kartong wordt ik – helaas - altijd herkend: "Mama Africa!!" Ik roep maar wat terug in het Mandinka en betwijfel of het allemaal even relevant is.. maakt niet uit zolang je het met een glimlach en handgebaren aanvult. Ik doe “altijd” boodschappen bij de Mauretanier. Daar kan ik altijd nog met Frans uit de voeten. Want het Engels wordt in dorpen als Kartong niet overal beheerst. “C´est vraiment tout madame?” vraagt de verkoper ongelovig. Ik denk na. Suiker, verdorie, zou ik dat nog vergeten. Iedereen die thee bij me drinkt leegt de suikerbus voor de helft in zijn kopje. Het is niet aan te slepen. “Zukero!” Ja graag! En zo sleep ik mezelf op de fiets met Hollands mandje voorop - met daarin de boodschappen - terug richting Boboi.
Omdat ik Lamin Jammeh niet thuis trof, heb ik beloofd op de terugweg langs te komen in Tamba Kuruba Equator Lodge. Wilde ik toch allang een kijkje nemen in verband met de logies aldaar. Weer een zandpad vanaf de hoofdweg richting zee. Onder een boom zitten cq liggen een aantal Gambianen te relaxen. Ow jee, wie van hen is Lamin? Ik hoor hem te herkennen want ik heb vorig jaar samen met Tineke1 een fiets bij hem gekocht. Het is niet anders, ik herken hem niet. Sorry! Het is een jaar geleden…!
Hij vertelt me over de afgelopen Challenge en laat me de Bantaba met gedekte tafels zien. Met een treurig gezicht vertelt hij me dat er helaas nauwelijks gasten komen. Iedereen gaat naar Boboi. En dat terwijl ze er mooie lodges hebben met elektriciteit nota bene! Ik vraag me af wat Boboi heeft wat zij niet hebben.
Uitzicht op zee! Dat moet het zijn. Waar je ook gaat of staat bij Boboi zie en hoor je de zee. Dat is zo heerlijk dat er bijna geen elektriciteit tegenop kan. Vanuit de gammele boomhutten kun je het hele strand overzien. Dat je bij regen en storm niet in zo’n ding moet gaan slapen heb ik vorig jaar ondervonden. Ik had na één nacht zware keelontsteking. Aan de gammeligheid van die hutten hebben ze na enige adviezen van mij direct iets gedaan. Al een week is de timmerman in de weer om er degelijke trappen voor te maken. De mensen betalen er redelijk veel geld voor als je het vergelijkt met een lodge. De boodschap is dus over gekomen.
Maar nog even over Tamba Kuruba van Lamin. Hij vraagt me er bekendheid aan te geven. Want hij denkt dat Boboi zijn bekendheid aan internet te danken heeft. Ik betwijfel dat. Eerder Lonely Planet Book. Anyway, Tamba Kuruba verdient het klanten te krijgen. Ook daar is de zee, hoewel je die dus niet ziet vanuit de Lodge. Lamin is een betrokken persoon. Hij screent de projecten himself, vertelt hij. Hij vroeg me hulp voor een schooltje in Kunkujang. Daar is een nurseryschooltje waar zelfs hij tranen van in zijn ogen krijgt. De kinderen op school hebben helemaal niets. Ze klimmen in bomen! En hebben geen eens water!! Op mijn vraag of er wel een teacher is antwoordt hij: “ it needs to be organized..” waarbij hij me hulpeloos aankijkt. Kunkujang is ver van alles.. ”the people need to walk far away to reach the basic-school. The village itself should have one..” Hij nodigt me uit samen een kijkje te gaan nemen. Ik zal bellen voor een afspraak.
Dat ik niet meteen erin spring betekent dat ik direct al voel wat een druppel op een gloeiende plaat ik zal zijn. De ene na de andere gedachte komt in me op. Zal ik…? Zullen we..? Moet ik geen materiaal voor ze meenemen? Waar ze vervolgens niks mee kunnen en al helemaal niet op kunnen bergen. Nee, dat pennen uitdelen aan zielige kindertjes heeft mij voorgoed een nare smaak in de bek gegeven. Rust. Nadenken. Wat moet je doen cq laten als je niet wilt dat je - zoals vele honderden goed bedoelende toeristen voor mij – meteen een plan van aanpak gaat bedenken..?
Ik ga gewoon kijken. En ga niets doen. En zeker niets beloven (als ik dat al waar zou kunnen maken). Wat ik altijd wel doe is beloven dat ik ruchtbaarheid aan het probleem zal geven. En me niet laten meeslepen door de ellende. Wat heeft ons schooltje het dan eigenlijk goed. In het land der blinden is Eenoog koning…We hebben onderwijzers en onderwijzeressen. We hebben een waterinstallatie. We hebben boeken en met mate papier. We hebben nog altijd potloden, ook al zijn het soms stompjes. En we hebben stoelen en tafels om aan te zitten. Om het nog maar niet te hebben over mijn zes bananendozen vol met gekleurd papier, verf, scharen, kwasten, Engelse lesjes, boeken, etc, etc die ik van de week gesorteerd heb met Happy. Eens te meer weet ik dat het een goed idee is geweest die heel langzaam te distribueren. En misschien laat ik het schooltje in Kunkujang er ook wel in delen.
Uit een ooghoek zie ik de knaloranje bal aan de horizon..wauw!! Moeilijk om niet te gaan rennen. Ondanks mijn slome lopen ben ik op tijd om plaatjes te schieten. Ik ben op een paradijselijk eiland!! Ben ik toch even in de war met Vlieland!! Niet zo moeilijk: dezelfde afstand van tent tot aan zee. En alsmaar dat geluid van aanrollende golven..mmh!
Terug in het barretje waar ik zit te tikken wordt ik begroet door een Gambiaan: “Hello Mama, how are you?” Ik ken hem vast, wie is dit nu weer.. verdorie.. Ik besluit eerlijk te zijn en hem te zeggen dat ik het even niet meer weet..: “I tondi?” Hoe heet je ook alweer? Ach stom: de birdwatcher! Hij is altijd te herkennen aan zijn verrekijker. Een ontzettend aardige man. Hij blijkt twee boten te bezitten en heeft zo overal zijn links. Nee, niet met een motor, ik peddel alles. Hij wil me heel graag een keer meenemen, als ik helemaal hersteld ben. Ja, hij hoorde dat ik ziek was. Bijzonder hoe de verhalen hier de ronde doen. Naar Niafurang in de Casamance. Of ik weet dat er na Kerstmis een festival in Abene is? Ietsjes verder dan Niafurang. Ik veer op. Tuurlijk! Maar ik dacht dat dat allemaal te ingewikkeld zou zijn qua vervoer. Dat is het ook als je het over de weg doet. Maar per boot ben je er zo. Een tonic en een biertje verder heeft de birdwatcher een idee. De eerste trip krijg je van mij. Gaan we even kijken en kun je het festival bespreken en je verblijf in een lodge. Er is een Senegalees die twee kamers verhuurt. Fantastisch plan! Als ik echt hersteld ben ga ik van dit aanbod gebruik maken. Heerlijk peddelen in een piroque. Met alleen maar water- en vogelgeluiden om je heen.. En nog wel in de feestmaand december!!
Maar eerst rustig houden. Ik ga normaal gesproken zondags weg van de tent. Nu ben ik van plan mijn schade van vorige week in te halen en hier tot dinsdag te blijven. Gewoon doen alsof ik vakantie heb. Heerlijk!!
-
18 December 2009 - 21:47
Lida Wammes:
Weer een hele belevenis. Enig!
Kijk ook maar eens op www.odunbeyeland.com voor het festival tijdens de Kerst. Heel leuk. Zij geven daar zelfs dovenonderwijs.
Reageer op dit reisverslag
Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley